Verslag Lab 4 Aquathermie
A. ALGEMEEN
Na succesvolle labs in Leuven, Gent en Kortrijk organiseerde VRP in Antwerpen het vierde en laatste Lab Aquathermie tijdens de eindconferentie van het Europese project WaterWarmth. Dit lab kadert binnen de werking van de projectgroep Aquathermie van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW), die sinds 2022 werkt aan de ontwikkeling van ondersteunende instrumenten voor aquathermie in Vlaanderen. Vanuit de werf Ruimte voor Aquathermie wordt ingezet op een betere integratie van aquathermie binnen het ruimtelijke en energiebeleid. Sinds 2024 werkt de CIW hiervoor samen met VRP aan een Community of Practice, met als doel kennis te delen, praktijkervaring uit te wisselen en lokale besturen en andere betrokken actoren te ondersteunen.
Tijdens de plenaire inleiding gaf Thijs Van Der Meeren (De Vlaamse Waterweg) een overzicht van de mogelijkheden van aquathermie of thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), de verschillende toepassingsvormen en de instrumenten die momenteel worden ontwikkeld om de uitrol ervan te ondersteunen. Daarbij werd onder meer toegelicht dat een Vlaamse potentieelkaart in opmaak is, die inzicht zal geven in de beschikbare thermische energie uit oppervlaktewater. Daarnaast wordt gewerkt aan een toetsingsinstrument dat initiatiefnemers en overheden zal ondersteunen bij de beoordeling van concrete projecten.
Verder werd ingegaan op de ruimtelijke uitdagingen die gepaard gaan met aquathermie. Omdat de beschikbare warmte uit waterlopen eindig is, en verschillende projecten of gemeenten aanspraak kunnen maken op eenzelfde bron, zijn duidelijke afwegingskaders nodig om warmtebronnen optimaal en eerlijk te verdelen. Tegelijk vraagt de energietransitie om voldoende flexibiliteit, zodat nieuwe warmtebronnen, veranderende warmtevraag en toekomstige ontwikkelingen op elkaar kunnen worden afgestemd.
Aansluitend lichtte Ighor Van de Vyver (Stad Mechelen) toe hoe lokale besturen deze uitdagingen kunnen vertalen naar de praktijk van vergunningverlening. Aan de hand van een fictief, maar realistisch omgevingsvergunningsdossier voor een appartementsgebouw met ongeveer veertig woonentiteiten, uitgerust met een centrale water-waterwarmtepomp op een Boorgat-Energie-Opslagveld (BEO-veld) en aquathermie, werd de procesflow van een vergunningsaanvraag geschetst. Daarbij werd duidelijk dat de beleidsdomeinen energie, water en omgeving vandaag grotendeels naast elkaar functioneren, elk met eigen procedures, tijdslijnen en digitale platformen. Hoewel warmteplanning steeds meer ingang vindt, is er nog nood aan bijkomende instrumenten en processen die de brug maken tussen beleidsplannen en concrete projecten, zodat een meer geïntegreerde en stimulerende vergunningenpraktijk voor aquathermie kan ontstaan.
Om deze uitdagingen aan te pakken, werden vervolgens de bouwstenen voorgesteld die binnen de Werf Energie & Ruimte zijn geïdentificeerd. Daarbij kwamen onder meer het belang van een stapsgewijze structurering van informatie voor zowel initiatiefnemers als omgevingsambtenaren, het voortraject als hefboom, de rol van gemeentelijke warmteplannen en een geïntegreerde adviesverlening met interne en externe adviesinstanties aan bod. De praktijkinzichten van Stad Mechelen vormde hierbij een concrete illustratie van hoe deze bouwstenen kunnen bijdragen aan een betere afstemming tussen energie-, water- en omgevingsbeleid.
Na deze plenaire introductie gingen de deelnemers in verschillende tafelsessies aan de slag met concrete praktijkcases en beleidsvragen rond de ruimtelijke inpassing en toepassing van aquathermie. Voor elke case vormde een zoom op de potentieelkaart aquathermie het vertrekpunt van het tafelgesprek. De geselecteerde cases varieerden van schaal – gebied, lokaal, regionaal, Vlaams – en boden case per case andere uitdagingen op vlak van planning en vergunning.
B. TAFELSESSIES
Tafel 1: Case Ragheno (Mechelen)
De tafelsessie vertrok vanuit de herontwikkeling van de Raghenosite in Mechelen, een grootschalige gebiedsontwikkeling met ongeveer 2.500 woningen, kantoren en andere functies. De site vormt een belangrijke schakel binnen het warmteplan van de stad dankzij de hoge dichtheid en de aanwezigheid van verschillende potentiële warmtebronnen, zoals aquathermie, drinkwaterleidingen en geothermie. Hoewel de stad nauwelijks grondeigenaar is, neemt ze een duidelijke regierol op, door via beleids- en ruimtelijke instrumenten de ontwikkeling van een collectief warmtenet te ondersteunen.
De bespreking focuste op de vraag hoe een stad de ontwikkeling van een duurzaam collectief warmtesysteem kan sturen wanneer meerdere private ontwikkelaars betrokken zijn. Daarbij kwamen verschillende uitdagingen aan bod, zoals het reserveren van warmtebronnen, de afweging tussen individuele en collectieve warmte-oplossingen en het creëren van voldoende zekerheid voor ontwikkelaars en exploitanten. Hoewel individuele warmtepompen vandaag vaak financieel aantrekkelijker lijken, werd benadrukt dat collectieve warmtenetten op langere termijn belangrijke voordelen bieden op vlak van milieu-impact, netcongestie en betaalbaarheid.
Daarnaast werd stilgestaan bij de rol van de overheid. Er werd aangehaald dat omgevingsambtenaren vandaag onvoldoende handvaten hebben om projecten af te toetsen aan lokale warmteplannen. Ook het belang van een vroeg overleg tussen stad en ontwikkelaars werd benadrukt, zodat collectieve warmte-oplossingen reeds in de ontwerpfase kunnen worden onderzocht. Stad Mechelen heeft in het kader van het lokaal warmteplan een lokale leidraad ‘fossielvrije warmte’ opgesteld om hierin te ondersteunen. Tot slot werd gewezen op de meerwaarde van lokale verwarmings- en koelingsplannen als strategisch instrument om warmtebronnen toe te wijzen en ruimtelijke en energetische keuzes beter op elkaar af te stemmen.
Belangrijkste adviezen/aanbevelingen
- Gebruik het voortraject met projectontwikkelaars om collectieve warmte-oplossingen en de technische uitwerking vroegtijdig te bespreken.
- Versterk de regierol van de stad door, waar mogelijk, een concessie uit te schrijven voor de realisatie en exploitatie van een warmtenet.
- Geef omgevingsambtenaren een meer coördinerende rol, waarbij zij systematisch advies inwinnen bij verschillende stadsdiensten.
- Zorg ervoor dat instanties zoals de Vlaamse Waterweg aquathermie structureel meenemen in hun advisering en meer duidelijkheid bieden over de beschikbaarheid van warmte uit waterlopen.
- Gebruik lokale verwarmings- en koelingsplannen als strategisch kader om warmtebronnen toe te wijzen, collectieve systemen te stimuleren en rekening te houden met netcongestie, betaalbaarheid en de bescherming van kwetsbare gebruikers.
Tafel 2: Diksmuide
De tafelsessie vertrok vanuit de case van Diksmuide in West-Vlaanderen, een kleinere gemeente met ongeveer 17.000 inwoners die momenteel nog geen warmteplan heeft. De ligging aan de IJzer en de Handzamevaart biedt mogelijkheden voor aquathermie, al zijn er ook technische beperkingen. Daarnaast beschikt Diksmuide met het bestaande warmtenet van Hof ter Bloemmolens over een concrete opportuniteit. Aangezien de huidige gasgestookte installatie op termijn aan vervanging toe is, werd deze site naar voren geschoven als een kansrijk proefproject voor de omschakeling naar aquathermie.
De bespreking focuste op het verdeelvraagstuk: hoe kunnen beschikbare aquathermische warmtebronnen strategisch worden ingezet en hoe kan een ad-hocaanpak volgens het principe “first come, first serve” worden vermeden? De deelnemers benadrukten dat ook kleinere gemeenten nood hebben aan een duidelijke warmtevisie, waarbij ruimte blijft voor lokale beleidskeuzes. Daarbij werd gewezen op het belang van koppelkansen met nieuwe ontwikkelingen, sociale woningbouw, rioleringswerken en heraanleg van het openbaar domein. Tegelijk werd benadrukt dat toekomstige uitbreidingen van warmtenetten niet mogen worden gehypothekeerd door (te) vroegtijdig voor individuele oplossingen te kiezen.
Voor kleinere gemeenten hoeft een volledig warmteplan daarbij niet altijd de eerste stap te zijn. Een warmteclusteranalyse of een “warmteplan light” werd naar voren geschoven als een haalbaar instapinstrument om de grootste kansen in kaart te brengen en concrete projecten op te starten.
Belangrijkste adviezen/aanbevelingen
- Start met een concreet proefproject, zoals Hof ter Bloemmolens, en werk parallel een warmtevisie of warmteclusteranalyse uit.
- Ontwikkel een warmteclusteranalyse of “warmteplan light” als laagdrempelig instrument om prioriteiten en kansen in kaart te brengen.
- Vermijd een ad-hocaanpak door warmtebronnen strategisch toe te wijzen en toekomstige uitbreidingsmogelijkheden van warmtenetten mee in rekening te brengen.
- Benut koppelkansen met nieuwe ontwikkelingen, sociale woningbouw en infrastructuurwerken om collectieve warmte-oplossingen te realiseren.
- Werk aan kennisopbouw en dialoog over aquathermie en warmtenetten tussen de verschillende diensten en beleidsmakers binnen een gemeente.
- Zet in op samenwerking tussen gemeenten, netbeheerders en andere partners en ondersteun lokale besturen via kennisdeling en begeleiding.
Tafel 3: Albertkanaal
De tafelsessie focuste op de rol van aquathermie binnen de ruimtelijke ontwikkeling langs het Albertkanaal en op de manier waarop provincies lokale besturen kunnen ondersteunen bij de integratie ervan in hun beleid. Daarbij werd benadrukt dat het Albertkanaal, dankzij zijn technische eigenschappen en de aanwezigheid van grotere warmtevraag, een belangrijke potentie heeft als warmte-as voor collectieve warmtenetten. Vooral stedelijke gebieden en grotere kernen bieden hiervoor kansen, terwijl voor kleinere gemeenten een aangepaste aanpak nodig is.
Tijdens de bespreking werd aangehaald dat aquathermie al vroeg in ruimtelijke ontwikkelingen moet worden meegenomen. Nieuwe projecten zouden daarom bij voorkeur warmtenet-ready worden ontworpen, met voldoende ruimte voor technische installaties, toekomstige aansluitingen en collectieve infrastructuur. Daarnaast werd gewezen op het belang van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van technische installaties en op de nood om warmtevragers zoveel mogelijk te bundelen om collectieve systemen economisch haalbaar te maken.
Een belangrijk deel van de tafelsessie ging over het geschikte beleidsinstrumentarium. De deelnemers zagen een provinciale leidraad als het meest geschikte instrument om lokale besturen te ondersteunen. Een dergelijke leidraad kan een flexibel en niet-bindend kader bieden met aanbevelingen over ruimtelijke inpassing, vergunningen, de toepassing van de potentieelkaart en de koppeling tussen energie- en waterbeheer. Daarnaast werd een praktische checklist naar voren geschoven als hulpmiddel, vooral voor kleinere gemeenten, om snel te beoordelen of aquathermie voor een project of gebied kansrijk is.
Er werd eveneens besproken hoe aquathermie kan worden verankerd in ruimtelijke instrumenten. De consensus was dat een verplichting om aquathermie toe te passen juridisch moeilijk ligt, terwijl een onderzoeksplicht bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wel haalbaar lijkt. Daarbij werd benadrukt dat ruimtelijke instrumenten voldoende flexibel moeten blijven zodat toekomstige technologische ontwikkelingen mogelijk blijven.
Belangrijkste adviezen/aanbevelingen
- Ontwikkel een provinciale leidraad als flexibel en niet-bindend instrument om lokale besturen te ondersteunen bij de toepassing van aquathermie.
- Werk een gebruiksvriendelijke checklist uit waarmee gemeenten snel kunnen beoordelen of aquathermie voor een project of gebied relevant is.
- Stimuleer warmtenet-ready ontwikkelingen door voldoende ruimte te voorzien voor collectieve energie-infrastructuur en toekomstige aansluitingen.
- Veranker een onderzoeksplicht rond aquathermie in ruimtelijke plannen en verordeningen, eerder dan een verplichting tot aansluiting.
- Differentieer tussen verschillende types waterlopen en houd rekening met ecologische, ruimtelijke en technische randvoorwaarden.
- Zet in op pilootprojecten en kennisdeling om praktijkervaring op te bouwen en lokale besturen te ondersteunen bij toekomstige projecten.
Tafel 4: Dendersteden
Bij de werktafel rond de Dendersteden ligt de nadruk op grootschaligere vormen van aquathermie, zoals bevaarbare waterlopen, waterlopen van eerste categorie, grotere wateroppervlakken, grotere collectoren en RWZI’s. Daarvoor werkt de Provincie Oost-Vlaanderen aan een kader dat aquathermie benadert als een belangrijke duurzame warmtebron voor collectieve warmtesystemen.
De tafelsessie rond de Dendersteden benadrukt dat de eerste beleidsfase vooral gericht moet zijn op het stapsgewijs verankeren van aquathermie als volwaardige duurzame warmtebron in beleid, ruimtelijke planning en vergunningverlening. De prioriteit ligt niet bij het onmiddellijk uitwerken van een verdeelmodel voor warmteonttrekking, maar bij het creëren van een breed gedragen inhoudelijk en bestuurlijk kader waarbinnen toekomstige keuzes kunnen worden gemaakt. Ervaring opbouwen via concrete projecten en een gedeelde methodiek ontwikkelen zijn daarbij essentieel.
In de sessie wordt veel aandacht besteed aan het belang van een goede bepaling van captatiepunten. Door captatiepunten te bundelen kan de impact op waterlichamen beter worden beheerd en gemonitord. Voor bevaarbare waterlopen en waterlopen van eerste categorie is een geïntegreerde ruimtelijke oefening per bekken nodig. Daarbij wordt afgewogen waar captatiepunten wenselijk zijn en waar niet. Die afweging gebeurt best in zones, en niet zozeer in puntlocaties. Zo kan de ruimtelijke logica van die captatiepunten worden gekoppeld aan keuzes over wonen, bedrijvigheid en infrastructuur. Die keuzes kunnen vervolgens worden opgenomen in ruimtelijke beleidsplannen, warmteplannen, haalbaarheidsstudies en uiteindelijk ook vergunningverlening van gemeenten en provincies. Op die manier wordt duidelijk waar captatiepunten passen binnen de gewenste ruimtelijke ontwikkeling en waar ze minder wenselijk zijn.
Op bekkenniveau wordt voorgesteld om ruimtelijke captatiezones af te bakenen waarin overheden gezamenlijk randvoorwaarden vastleggen. Binnen deze zones zouden toekomstige captatiepunten proactief kunnen worden voorbereid en investeringen worden ondersteund, zodat ontwikkelingen kunnen toegeleid worden naar de meest optimale captatiezones. Buiten deze zones dragen initiatiefnemers dan bijvoorbeeld zelf de bijkomende kosten en bewijslast.
Pas wanneer een aanzienlijk deel van het beschikbare warmtepotentieel benut wordt, ontstaat nood aan een formeel systeem voor de verdeling van captatiecapaciteit, bv. naar analogie met de Aquamarkt van Aquafin. Hierbij kunnen criteria zoals ruimtelijke inpassing, efficiënt gebruik van het potentieel, toekomstgerichtheid en tijdsprofielen van warmtevraag worden gehanteerd. Alternatief kan gewerkt worden met een flexibele benadering waarbij verschillende projecten hetzelfde potentieel delen doordat hun piekvraag niet samenvalt. Dit verhoogt de efficiëntie en verbetert de economische haalbaarheid van warmtenetten.
Tot slot werd het belang aangehaald om kennis over aquathermie en warmtenetten actief te verspreiden bij vergunningverleners en adviseurs, zowel bij gemeenten en provincies als bij waterloopbeheerders. Zo ontstaat een gedeeld denkpatroon dat klaarstaat tegen de tijd dat concrete vergunningsaanvragen op tafel komen.
Belangrijkste adviezen/aanbevelingen
- Veranker aquathermie expliciet in warmteplannen, warmteclusteranalyses, ruimtelijke beleidsplannen en haalbaarheidsstudies.
- Ontwikkel een Vlaamse leidraad en uniforme beoordelingsmethodiek voor studiebureaus en vergunningverleners.
- Werk op bekkenniveau met ruimtelijk afgebakende captatiezones in plaats van individuele captatiepunten.
- Voorzie monitoring, digitale registraties en gezamenlijke opvolging van warmteonttrekking.
- Ontwikkel, zodra schaarste ontstaat, een transparant systeem voor de toewijzing van captatievermogen op basis van objectieve criteria.
- Onderzoek flexibele verdelingsmodellen waarbij capaciteit gedeeld wordt op basis van verschillende gebruiksprofielen in de tijd.
- Investeer actief in kennisopbouw en opleiding van gemeenten, provincies, waterloopbeheerders en vergunningverleners om een gedeeld beleidskader te creëren.
C. CONCLUSIE
De vier gesprekstafels tonen samen hoe sterk de nood is aan een meer strategische, gebiedsgerichte en toekomstbestendige aanpak voor collectieve warmtesystemen en aquathermie in Vlaanderen. Steden zoals Mechelen benadrukken het belang van vroegtijdige regie, duidelijke beleidskaders en warmtenet‑ready ontwikkeling, terwijl kleinere gemeenten vooral nood hebben aan laagdrempelige instrumenten zoals warmteclusteranalyses en proefprojecten om kennis op te bouwen. Langs grotere waterlopen, zoals het Albertkanaal en de Dender, wordt duidelijk dat aquathermie alleen duurzaam kan worden opgeschaald wanneer ruimtelijke planning, vergunningverlening en technische randvoorwaarden beter op elkaar worden afgestemd. Overal klinkt dezelfde boodschap: zonder strategische toewijzing van warmtebronnen, een afgestemde visie en doorvertaalde aanpak richting collectivering dreigt versnippering en worden toekomstige warmtenetten gehypothekeerd.
De workshop maakt ook duidelijk dat overheden een actievere rol kunnen opnemen: van het uitschrijven van concessies en het versterken van omgevingsdiensten tot het ontwikkelen van (boven)lokale leidraden, captatiezones en onderzoeksverplichtingen. Door koppelkansen met ruimtelijke ontwikkelingen, infrastructuurwerken en sociale woningbouw te benutten, kunnen lokale besturen sneller stappen zetten richting fossielvrije warmte. Tegelijk is brede kennisdeling essentieel: vergunningverleners, waterloopbeheerders en beleidsmakers moeten een gedeeld denk- en ondersteuningskader ontwikkelen zodat toekomstige projecten sneller, consistenter en efficiënter kunnen worden beoordeeld. Zo ontstaat een robuuste basis om aquathermie en collectieve warmtenetten op een doordachte manier te verankeren in de ruimtelijke en energetische transitie.
© WaterWarmth (Jeanette Schaper)
© Extraqt

